Hobo

De hobo is een blaasinstrument. Het geluid komt uit het mondstuk, wat bestaat uit riet. In tegenstelling tot de klarinet heeft de hobo twee rietjes. Het heet daarom een dubbelrietinstrument.

De hobo is een hele uitdaging om te spelen. Maar als je een beetje kunt spelen, heb je wel een heel mooi en heel bijzonder instrument. Doordat niet zoveel muzikanten de hobo kunnen bespelen, is er altijd vraag naar. Bovendien krijg je in veel muziekstukken een solo-rol: soms zitten er wel meer dan 20 violen in een stuk, maar meestal niet meer dan 2 hobo’s.

Veelgestelde vragen

Klik op de vraag voor antwoord.

Hoe klinkt een Hobo?


Gespeeld door: Hester van Wijngaarden (hobo d’amore), Judith Heeren (viool), Els Torrenga (viool), Juliaan van der Linden (altviool), Thomas Guirten (cello) en Frank Venema (klavecimbel) De hobo d’amore klinkt iets lager dan de gewone hobo.


Alexei Ogrintchouk – Mozart Oboe Concerto K.314

Kan je de hobo ook voor pop-muziek gebruiken?

Jazeker! En er zijn ook een aantal bands die dat doen! Hieronder vind je een aantal youtube filmpjes van pop-muziek waarin de hobo voorkomt.

Wat is het bereik van de hobo?

De hobo heeft een bereik van 2 1/2 oktaaf,

Waar wordt een hobo van gemaakt?

De meeste hobo’s zijn gemaakt van hout, meestal ebben-hout, soms grenadille-hout, rozenhout of cocoshout. Ebben-hout komt uit Afrika, waar het na 30 jaar pas geexporteerd wordt.

Geschiedenis van de hobo

In de 17e eeuw werd de hobo ontwikkeld uit de sopraanschalmei, een dubbelrietsinstrument wat wijder was en hierdoor een vrij schel geluid had. De musici aan het hof van Lodewijk XIV ontwikkelden het instrument door, tot de eerste “haute bois” was geboren. Het was een sierlijk en zuiver instrument geworden, met gaten die met de vingers bediend werden.

Tijdens de 18e eeuw werden meerdere hobo’s van verschillende afmetingen toegevoegd aan orkesten, waaronder ook de althobo. Pas in de 19e eeuw werd het kleppensysteem toegevoegd, om het instrument te vormen zoals we dat vandaag de dag kennen.